De betekenis van het woord islam wordt door Ibn Koetayba (overleden: 889) als volgt omschreven: ‘overgave en zich uit vrije wil begeven in een vredige omgeving’.

De woorden Salaam, één van de Schone Namen van Allah, soebhanahoe ve ta’ala, en islam stammen epistemologisch gezien van hetzelfde woord af. De betekenis van Salaam is als volgt: ‘degene die ver verheven is boven alle tekortkomingen, onvermogen, gebrek en veranderingen en vergankelijkheid waar schepselen aan onderhevig zijn; degene die de bron is van verlossing; degene die gemoedsrust geeft’.

De Heilige Naam Salaam is in de islam zo gewichtig en wordt zo vaak gebruikt dat het in het sociale verkeer een soort toegangscode is voor de passage dat naar de harten van de mensen leidt. Moslims groeten elkaar met deze Naam.

De profeet Mohammed, vrede zij met hem, adviseerde de moslims de vredesgroet onder elkaar te verspreiden. ‘Vrede zij met jullie, moge Allah jullie bescherming voor elk gevaar’ is de betekenis van de vredesgroet. Degene die met een vredesgroet gegroet wordt, groet op zo’n manier terug dat dit een soortgelijke betekenis heeft. Op deze manier bidden moslims dan voor elkaar.

Salaam, die de geestelijke genetische code is van het islamitisch geloof, is een verplicht onderdeel van de dagelijkse verplichte gebeden (de salaat). Het woord dat het meest wordt gebruikt door moslims – zowel tijdens de dagelijkse verplichte gebeden als in het sociale verkeer –  is Salaam.

Als het islamitisch geloof vergeleken zou worden met het menselijk lichaam dan zou het hart hiervan ‘liefde’ zijn. Allah, soebhanahoe ve ta’ala, geeft hier blijk van door de profeet Mohammed, vrede zij met hem, met Habiebie (mijn geliefde) aan te spreken.

De Schone Namen Rahman (De Barmhartige) en Rahiem  (De Genadevolle) manifesteren zich op de mens en op het heelal in de vorm van ‘liefde’. De Schone Namen Rahman en Rahiem, die als het ware de bron van ‘liefde’ zijn en van waaruit ‘liefde’ ontstaat, is in het islamitisch geloof zo van belang dat ‘Bismillahir-Rahmanir-Rahiem’, dat ‘In naam van Allah, de Barmhartige, de Genadevolle’ betekent, het eerste vers van de Koran is en er 114 maal – aan het begin van 113 soera’s en éénmaal in een soera – in vermeld staat.

Moslims geloven dat Allah, soebhanahoe ve ta’ala, de mensen lief heeft en hen heeft uitverkoren. Ook geloven zij dat Hij het heelal vanwege deze liefde heeft geschapen. Een onderbouwing hiervoor kan het volgende Koranvers worden genoemd: “Wij hebben de kinderen van Adam geëerd (en voorzien van vele gunsten)…” (Koran 17: 70)

Fakhreddin Al-Razi (1149-1210), een befaamde Koran-exegeet, heeft bovenstaande vers als volgt geïnterpreteerd: “Deze Koranvers geeft aan dat Allah hoge achting heeft voor de mens en geeft weer hoe zeer Hij zijn dienaren lief heeft.”

Een hedendaagse prediker Fethullah Gülen die met de boeken die hij heeft geschreven en toespraken die hij heeft gehouden de ‘liefde’ als het ware heeft geïnstitutionaliseerd, schrijft in één van zijn artikelen het volgende: “De waarden ‘onbaatzuchtigheid’ en ‘leven voor een ander’ staan bovenaan de lijst van hogere menselijke waarden, en de bron van deze waarden is ‘liefde’. Zij die het grootste aandeel hebben in deze ‘liefde’, zijn de grootste helden. Zij zijn die helden die het gelukt is om hun harten te zuiveren van haatgevoelens. De dood kan de adem van deze helden niet wegnemen, de herfst kan hun rozen niet doen verwelken…”

Hoe gelukkig zijn zij die de ‘liefde’ tot gids hebben genomen en voortschrijden!