Monotheïsme (tawheed) in islam

 

Wat houdt monotheïsme in islamitische context in? Wat zijn argumenten die worden gebruikt voor het monotheïsme? Huistheoloog Emrullah Erdem licht toe.

 

(Foto: Omair Haq, via flickr.com)

 

De islam is eenduidig monotheïstisch omdat de theologie ervan begint en eindigt met de uniciteit en de eenheid van Allah (tawheed). Daardoor wordt het heelal gezien als een integraal geheel van met elkaar samenhangende en samenwerkende delen, waarmee een prachtige coördinatie, harmonie en orde zichtbaar is in het gehele universum en in ieder levend organisme. Deze harmonie en orde komen voort uit de eenheid van de Ene, die het heelal geschapen heeft en die absoluut is, zonder partner of gelijke. Het is Allah die het heelal geschapen heeft, met al wat zich erin bevindt, en het is Allah die het bestuurt. De regels die we afleiden uit het functioneren van het heelal – en uit wat we natuurwetten noemen – zijn in feite de vaste manieren van Allah om dingen en gebeurtenissen te scheppen en om het heelal te besturen. Vanuit dit perspectief gezien is het heelal, dat door Allah beheerst wordt en Hem gehoorzaamt, letterlijk moslim – onderworpen aan Allah. Daardoor is alles wat er in plaats vindt, ordelijk en harmonieus.

 

Het geloof in de eenheid van Allah, de Verhevene als de enige God van alle schepselen houdt het volgende in.

  1. “Zeg: “Hij is Allah, de Enige Absolute Eenheid.”
  2. “Allah, Die eeuwig onafhankelijk is van alles (Die nergens behoefte aan heeft/toe voelt).”
  3. “Hij verwekt (baart) niet, noch is Hij verwekt (gebaard).”
  4. “En niets is in enig opzicht gelijk aan Hem.” (112: 1-4).

Allah” is de essentiële, persoonlijke naam van God en omvat al Zijn Mooie Namen (Al-Asma al-Hoesna), de attributen, de eigenschappen van Hem. Wanneer “Allah” wordt gezegd: de Ene, het Opperwezen, de Schepper, de Eigenaar, de Ondersteuner, de Almachtige, de Alwetende, de Alomvattende, wiens Namen en Kenmerken (sommige bekend, andere niet) in de hele schepping worden getoond; dit komt dan ter sprake. Het woord verwijst eveneens naar Zijn absolute Eenheid, vrij van alle gebreken en ‘toegevoegde partners’. Als echter ‘God’ wordt gezegd, dan kunnen vooral niet-moslims zich voorstellingen maken, die niet aanvaardbaar zijn in de islam.

 

Omdat Allah een eigennaam is van het Opperwezen, zeggen de moslims: “la ilaha ill’ Allah” = er is geen God behalve Allah. Moslims zeggen niet: “la Allah ill-Allah”. Door de eerste uitdrukking te gebruiken, worden alle niet-goden verworpen en wordt dan bevestigd” dat de Ene bekend is als Allah. En we stellen daarbij dat alleen Allah, Allah is. Dat absoluut niets anders kan worden aanbeden..

 

Het is zeer gemakkelijk om het bestaan uit te leggen wanneer men het toeschrijft aan Eén Goddelijk Wezen. Als je het probeert te verklaren door het toe te schrijven aan verschillende oorzaken, komen we onoverkomelijke barrières tegen. Als je het bestaan toeschrijft aan Eén Goddelijk Wezen, pas dan kun je zien dat het gehele universum net zo gemakkelijk te scheppen is als een honingbij en dat een honingbij net zo gemakkelijk te scheppen is als een fruit. Als men het daarentegen toeschrijft aan meerdere oorzaken, dan wordt het scheppen van een honingbij net zo moeilijk als het scheppen van het heelal en het scheppen van een fruit zal net zo moeilijk zijn als de schepping van alle bomen in het heelal.

Dit is omdat één enkel wezen met één enkele beweging, een effect kan produceren die met het geheel te maken heeft. Als dat effect of beweging van meerdere wezens wordt verwacht, zal het alleen maar waargemaakt kunnen worden, als dat al mogelijk is, met extreem veel moeite en na veel controverse. Wat is makkelijker of moeilijker: het besturen van een leger onder één enkele commandant of de soldaten hun eigen beslissingen laten nemen, een bouwvakker een gebouw laten bouwen of het gebouw zijn eigen stenen laten rangschikken, het draaien van meerdere planeten rondom een enkele zon of andersom?

 

Wanneer alle dingen toegeschreven worden aan Eén Goddelijk Wezen, hoeven ze niet vanuit het absolute niets te worden geschapen, omdat schepping het geven van een extern, materieel bestaan aan dingen betekent, die al in de Goddelijke kennis bestaat. Het is als het in woorden zetten van de zinnen die al in iemands hoofd zitten of het gebruiken van een substantie om de letters die met een onzichtbare inkt zijn geschreven, zichtbaar te maken. Echter, als het ontstaan van dingen die in het heelal bestaan, waarvan de meesten levenloos, onwetend en onbewust zijn of als ze levend zijn, machteloos zijn en onvoldoende kennis hebben, een voor een aan zichzelf of aan de natuur worden toegeschreven of aan hun oorzaken, die zelf levenloos, onwetend en onbewust zijn, dan zouden die dingen geschapen moeten zijn uit het absolute niet-bestaan. Dit is onmogelijk.

 

Het gemak waarmee Eén Goddelijk Wezen dit doet, maakt het bestaan van dingen net zo makkelijk als noodzakelijk; het ingewikkelde bij de laatstgenoemde is voorbij de maat. Het bestaan van een levend wezen vereist dat de atomen die dat wezen vormen, die verspreid zijn over de aarde, water en lucht, bijeenkomen. Daarvoor zou ieder atoom universele kennis moeten hebben en een absolute wil. Iets of iemand met een dergelijke kennis en wil zou onafhankelijk zijn van een partner en zou geen behoefte hebben om een dergelijke partner te hebben en te moeten erkennen.

Nergens in het heelal is er een teken van dergelijke dingen of partners die gevonden kan worden. Het scheppen van de hemelen en de aarde vereist een perfecte, oneindige macht die geen partner heeft. Anders zou deze macht beperkt worden door een eindige macht, wat onmogelijk of ondenkbaar is. Een oneindige macht heeft geen medestanders nodig en is niet verplicht om zoiets toe te laten, zelfs als ze zouden bestaan (wat niet het geval is).

 

Tawheed is de hoogste conceptie van goddelijkheid, de kennis die God door de eeuwen heen naar de mensheid door middel van Zijn profeten heeft gezonden. Het was deze zelfde kennis die alle profeten, met inbegrip van Mozes, Jezus en de profeet Mohammed – moge Gods zegeningen en vrede met hun allen zijn – naar de mensheid brachten. De mensen hadden zich, na het overlijden van hun profeten, schuldig gemaakt aan polytheïsme of afgodendienst, hun godsdienst verkeerd geïnterpreteerd en met bijgeloof vermengd. Zij lieten het ontaarden in magische praktijken en betekenisloze rituelen. Het concept van God, de kern van de godsdienst, ontaardde in antropomorfisme, de vergoddelijking van de engelen, het toekennen van partners aan God, de poging om profeten of godvruchtige mensen te verheffen tot “incarnaties” van God en het personifiëren van Zijn attributen door middel van afzonderlijke goden.

 

Tawheed inspireert moed, daar het de twee factoren die mensen angstig maken verslaat: angst voor de dood en liefde voor veiligheid, samen met de overtuiging dat iemand anders dan God door omkoperij iemands dood kan uitstellen. Het geloof in de islamitische geloofsbelijdenis dat “er geen andere godheid is dan Allah” zuivert de geest van deze gedachten. De eerste gedachte verliest zijn invloed wanneer mensen zich realiseren dat hun levens, bezittingen en al het andere werkelijk aan God toebehoren, want dat maakt hen bereidt om alles wat ze bezitten op te offeren voor Gods goedkeuring. De tweede gedachte wordt verslagen wanneer mensen zich realiseren dat geen wapen, persoon of macht hen kan doden, omdat alleen God deze macht heeft. Niemand kan vóór zijn bestemde tijd sterven, zelfs als alle machten in de wereld bijeen zouden komen om dat te doen. Niemand kan de dood vooruitschuiven of uitstellen, zelfs niet voor een ogenblik. Dit sterke geloof in Eén God en afhankelijkheid van Hem maken volgelingen van de Tawheed de moedigste van alle mensen.

 

Tawheed zorgt voor een houding van rust en tevredenheid, zuivert de geest van subtiele verlangens en jaloezie, afgunst en hebzucht en voorkomt dat iemand zijn toevlucht zoekt tot lage en oneerlijke middelen om succes te boeken.